KDC

Vlucht voor vlucht: beter inzicht in operational efficiency

Hoe krijg je beter inzicht in de operationele prestaties van het Air Traffic Management (ATM)-systeem? Met dit doel voor ogen, ondernam Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) de afgelopen jaren verschillende activiteiten, en met succes: LVNL heeft nu beter inzicht in de prestaties op het gebied van veiligheid, efficiëntie en milieu. De volgende stap is om meer inzicht te krijgen in de efficiëntie van individuele vluchten. Met MovingDot en To70 heeft KLM daarom bekeken hoe efficiënt de gevlogen vluchtprofielen zijn. Daarnaast is bekeken hoe zij de vluchtafhandeling binnen het ATM-systeem nóg beter kan laten verlopen.

Hoe kun je de efficiëntie van het ATM-systeem verbeteren?

Dit is een complexe vraag, want wat doet het weer? Hoe ziet het luchtruim eruit? En welke routes zijn hierbinnen mogelijk? Hoe gebruiken de vliegtuigen de banen en hoe wordt dit verkeer in goede banen geleid? Dit zijn allemaal factoren die een grote invloed hebben op de operationele efficiëntie.  KLM leverde vluchtgegevens van 14 city pairs aan, ofwel verbindingen tussen verschillende steden. De uitdaging was om de efficiency verbeteringen te vinden op basis van deze gegevens. Henk Waltman van MovingDot legt uit hoe zij dit project aanpakten in twee stappen. 

Stap 1: bekijk verschillende city pairs

“We bepaalden voor elke city pair: 

  • Waar kunnen in de operationele vluchtafhandeling afwijkingen optreden?

  • Wat zijn de oorzaken van die afwijkingen in het ATM-systeem?

  • Wat zijn de gevolgen hiervan voor de operationele efficiëntie?

Dit deden we op verschillende momenten. In piektijden, ’s nachts, maar ook tijdens militaire activiteiten.” 

Stap 2: vergelijk het aantal werkelijke en geplande vluchten

“Vervolgens zetten we het aantal werkelijke vluchten af tegen het beoogde aantal vluchten. We keken daarbij zowel naar het grondpad als het klim- en daalprofiel. Voor wat betreft de route zijn de verschillen tussen de werkelijk gevlogen route en de voorkeursroute bepaald. Het klim- en daalprofiel vergeleken we met een continuous climb/descent operatie. De verschillen drukten we uit in efficiency-indicatoren.” 


Figuur 0‑1 Efficiency-indicatoren naderend verkeer 

Heldere efficiency-indicatoren leiden tot beter inzicht 

Uit de analyse bleek dat het afstemmen van de operationele efficiency-indicatoren tot beter inzicht leidde. De afstemming helpt ook bij het managen van wederzijdse verwachtingen van de ANSP en de Airline Operators. Het bleek belangrijk dat de ANSP en de Airline Operators vluchtefficiency-indicatoren gebruiken en verbeteracties goed op elkaar afstemmen. Dat maakt het mogelijk om de vluchten in het Nederlands luchtruim verder te optimaliseren. 

Maar: gelijke verwachtingen zijn belangrijk 

Uit het onderzoek bleek ook dat LVNL en KLM de problematiek allebei vanuit een ander perspectief zien. LVNL spant zich in om de vluchtefficiency van totale verkeerstromen zo optimaal mogelijk te laten verlopen. KLM concentreert zich op het optimaliseren van individuele vluchten.  Verdere verdieping is vereist om met een gedeeld perspectief tot een optimale vluchtefficiency te komen.  

Meer beschikbaar militair luchtruim leidt tot meer vluchtefficiency 

Wat viel verder op? De verdeling van de beschikbaarheid van delen van het Nederlands luchtruim voor militair of burgervliegverkeer volgt strikt de vastgelegde Functional Use of Airspace (FUA)-levels en de Conditional Routes (CDR´s)-categorieën. “Kunnen we militair luchtruim vaker gebruiken voor burgervliegverkeer? Dan kan de vluchtefficiency van een aantal city pairs flink verbeteren.” Op dit moment is het gebruik van CDR’s of directe routes maar een beperkt deel van de dag planbaar. Hierdoor kan men de vluchtefficiency niet of nauwelijks aanscherpen.  

Wat zijn nu de belangrijkste aanbevelingen? 

1. Stel een set efficiency-indicatoren en referentiewaarden voor de vluchtafhandeling vast. 

En zorg dat zowel KLM als LVNL zich in deze set kan vinden. Pas deze set vervolgens toe bij initiatieven voor de optimalisatie van vluchtefficiency en bij veranderingen van het ATM-systeem. Dit maakt het effect op de vluchtefficiency eenduidig zichtbaar.  

2. Inventariseer regelmatig wat de behoefte is om het luchtruim te gebruiken. 

Zowel voor militair als burgerluchtverkeer, want deze behoefte verandert steeds. Stel op basis van deze behoefte voor een afgesproken periode opnieuw de FUA-levels en CDR-categorieën vast. Zo kan men de beschikbaarheid van luchtruim en routes voor alle gebruikers optimaal afstemmen op de behoeften.  

Nog meer onderzoek voor nog verdere verbeteringen 

MovingDot adviseert om de analyse in deze studie voort te zetten op basis van heldere uitgangspunten en actuele, nauwkeurige vluchtgegevens van KLM. “Dat leidt tot een completer en nauwkeuriger inzicht van mogelijke verdere verbeteringen op het gebied van efficiency”, besluit Henk Waltman.

Zoeken

Opdrachtgevers

 

Partner KLM