KDC

Schiphol: hotspot voor klimaatverandering. Hoe kan Schiphol zich voorbereiden op wat komen gaat?  

Weersomstandigheden worden door klimaatverandering steeds extremer. Zware buien en hevige windstoten maken het voor Schiphol nog belangrijker om een nauwkeurige voorspelling van het weer te geven. Vooral bij baantoewijzing en afwikkeling van starts en landingen is een goede voorspelling noodzakelijk. Het nationale onderzoeksprogramma Kennis voor Klimaat onderzocht hoe we Nederland klimaatbestendig kunnen maken. Schiphol vormde daarbij één van de acht interessante hotspots. 

De koppen bij elkaar
De luchthaven Schiphol (SNBV) en Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) onderzochten samen met het KNMI en het Wageningen University Research center (WUR) hoe Schiphol zich voor kan bereiden op het klimaat van de toekomst. Het aantal vliegbewegingen, de actuele weersomstandigheden en geluidsbelasting speelden daarbij een rol. Hieruit kwamen drie deelonderzoeken naar voren.  

  1. Windvision (HSMS01) 

Het eerste deelonderzoek begon met promotieonderzoek naar nieuwe methoden en instrumenten voor het meten van de wind. Projectleider Peter van den Brink: “Vliegtuigen zijn gevoelig voor wind. Met de resultaten van het onderzoek hebben we een prototype van een nieuw instrument ontwikkeld en getest. Daarmee kunnen we de dwarswind en het zicht meten in het vliegpad van het vliegtuig vanaf 300 meter hoogte tot aan de grond. Met deze informatie kan de luchtverkeersleiding de vliegtuigen beter begeleiden bij aankomst of vertrek.” 

      2.  Klimatologie en klimaatscenario’s (HSMS02) 

In dit korte project nam alleen Luchthaven Schiphol deel. Het KNMI ontwikkelde daarbij een aantal scenario’s voor het mogelijk veranderende klimaat. De effecten daarvan op belangrijke weerparameters voor de luchthaven speelden een belangrijke rol. De resultaten zijn vooral bedoeld als input voor het derde project ‘De impact van klimaatverandering’. 

      3.  De impact van klimaatverandering (HSMS03) 

Klimaat- en weergegevens zijn nodig om de organisatie en infrastructuur op Schiphol goed te laten verlopen. Van den Brink: “In dit deelonderzoek hebben we onder andere geïnventariseerd wat de belangrijkste weerparameters zijn voor dagelijkse operaties op Schiphol. Denk daarbij aan de vorm van neerslag, zoals regen, ijzel of sneeuw. Deze parameters zijn meegenomen bij de ontwikkeling van Harmonie. Dit is een nieuw weermodel dat door het KNMI in een Europees samenwerkingsverband is ontwikkeld. Harmonie leidt uiteindelijk tot een verbeterd operationeel systeem van het KMNI. Van den Brink: “Met het nieuwe systeem kunnen veel nauwkeurigere weersverwachtingen worden uitgesproken. We krijgen zo meer grip op het klimaat. De luchtverkeersleiding kan dan bijna per baan zien wat de lokale weersomstandigheden worden.”  

Hoe werkt dat in de praktijk voor Schiphol?
Een voorbeeld uit de praktijk is het werken met voorkeursbanen. Van den Brink: “Banen met de minste geluidsoverlast hebben natuurlijk de voorkeur. Helaas is het door storingen, onderhoud of weersomstandigheden niet altijd mogelijk deze banen te gebruiken. Daarom is het voor de luchtverkeersleiding van groot belang dat ze op tijd goede en betrouwbare informatie over het weer krijgen. Met een nieuw systeem kunnen we het weer nauwkeuriger voorspellen. Zodat we uiteindelijk langer van de voorkeursbanen gebruik kunnen maken. En dat zorgt weer voor minder overlast voor de omgeving.” 

Betrokken partijen
LVNL, Schiphol, KNMI Kennis voor Klimaat

Zoeken

Opdrachtgevers

 

Partner KLM